Houteigenschappen en -karakter
Hout heeft per houtsoort specifieke eigenschappen en karakter. Het kan zodoende onder bepaalde omstandigheden zoals veranderende luchtvochtigheid “werken”. Dit heeft invloed op de maatvastheid van het product, maar heeft overigens geen invloed op de duurzaamheid van het product.
- Europees grenen is een naaldhoutsoort dat zich gemakkelijk laat bewerken. Het hout kenmerkt zich door een grove structuur met veel noesten, vlammen en een gelige kleur.
- Midden-Europees vuren is grover van structuur, Scandinavisch fijner en sterker. Beiden zijn goed te bewerken en voor vele toepassingen geschikt.
- Douglashout kent veel positieve eigenschappen! Zo heeft het een lange levensduur, een warme uitstraling en een hoog percentage kernhout.
- Hardhout is een verzamelnaam voor een breed scala aan houtsoorten die afkomstig zijn van loofbomen. Hardhout staat bekend om zijn duurzaamheid, dichtheid en sterkte.
Naden, noesten en kwasten
Jaarringen, naden en kwasten behoren tot het karakter van het hout. Kwasten en noesten in de stam zijn het gevolg van zijtakken van de boom. De hoeveelheid en het soort kwasten is afhankelijk van de houtsoort. Jaarringen zeggen iets over de leeftijd van de boom.
Tip! Losse noesten of kwasten kunnen altijd met houtlijm opnieuw vastgezet worden.
Uitzetten, krimpen en scheurvorming
Door vocht of droogte ontstaat volumeverandering waardoor hout kan uitzetten of krimpen, waardoor scheurtjes kunnen ontstaan. Hoe hoger de duurzaamheidsklasse hoe kleiner de droogtescheuren. Het werken van hout gebeurt overigens alleen onder vochtige omstandigheden of ongelijkmatig indrogen van hout.
Tip! Zorg ervoor dat hout kan “ademen” door het tijdig uit de verpakking te halen alvorens het te gebruiken en laat het niet in de volle zon liggen.
Schimmel (witte vlekken)
Oppervlakkige schimmelvlekken in hout kunnen ontstaan wanneer natte delen enige tijd dicht opeengestapeld liggen, wat tijdens productie en transport het geval kan zijn.
Tip! Schimmel is eenvoudig te verwijderen met een schoonmaakmiddel (bijvoorbeeld azijn of bleekwater) of een speciaal schimmel verwijderend middel. Overigens zal het in de loop van de tijd door het weer verdwijnen.
Hars
Ter bescherming van virussen en infecties maakt een boom hars aan. Dit is een natuurlijk verschijnsel en de hoeveelheid hars kan per boom flink verschillen. Nadat hars is uitgehard kan het eenvoudig worden verwijderd. Op grenen hout zijn doorgaans groene spikkels aanwezig door vermenging van hars met impregnatiemiddel.
Tip! Groene spikkels zijn met een borstel eenvoudig te verwijderen. Het is mogelijk eventuele harsdruppels voorzichtig weg te schrapen of met terpentine te verwijderen.
Witte en groene vlekken (zoutvlekken)
Bij geïmpregneerd hout kan het lijken alsof er zoutvorming aan de oppervlakte van het hout optreedt. Deze verkleuring van wit en groenachtige plekken ontstaat in combinatie van impregneermiddel en hars. Deze vlekken verdwijnen vanzelf.
Tip! Eenvoudig met een vochtige doek te verwijderen.
Mini boorgaatjes (pinholes)
Tijdens de groei van een boom dringen sporadisch kleine insecten de boom binnen, op zoek naar voedzame sapstromen. Hierbij boren ze kleine (sub-millimeter) gaatjes in het hout, welke pas zichtbaar worden wanneer het hout wordt verzaagd. Insecten overleven niet in dood hout en vormen dus geen bedreiging voor de duurzaamheid van het hout. Het meest komen pinholes voor in hardhout, maar het kan in alle houtsoorten in wisselende hoeveelheid voorkomen.
Kernhout en spint
Een boom bevat spint- en kernhout. Het kernhout dient voor de stevigheid, terwijl spint de voedingssappen transporteert. Het spint heeft bij sommige houtsoorten, zoals grenen en douglas, een lichtere kleur. Constructiehout bestaat voor een deel uit spint, kleine delen zoals latten en planken kunnen meer spint bevatten. Van nature is spinthout minder duurzaam.
Bloeden
Met name tropisch hardhout kan vloeistoffen lekken, welke soms roestkleurig van kleur zijn. Deze stoffen zijn ongevaarlijk maar kunnen wel vlekken geven op onderliggend werk of zich vermengen met de aangebrachte verflaag. Het zogenaamde “bloeden” stopt na verloop van tijd vanzelf.